PSEUDOTSUGA MENZIESII
€2,95


De maten & vormen

30/40 staat voor de hoogte van de plant uitgedrukt in centimeter

Bol staat voor bolvorm

Pyr staat voor pyramidevorm

 

Type potten (C,P)

C staat voor container, een plastieken pot.
C met een cijfer, vb. C5 staat voor een container met 5 liter inhoud.

P9 staat een pot van 9 op 9 cm
P11 staat voor een pot van 11 op 11 cm

 

Kluit

Kluit staat voor een plant gekweekt in de volle grond, gerooid met een kluit en toegebonden met een net.

Draadkluit staat voor een plant gekweekt in de volle grond, gerooid met een kluit, toegebonden met jute en vastgemaakt met een ijzeren draad.

 

Blote wortel

Blote wortel staat voor een plant gekweekt in de volle grond, gerooid met wortel.

Blote wortel 3/5t staat voor een plant gekweekt in de volle grond, vertakt met 3 tot 5 takken, gerooid met wortel

 

Type stammen

Hoogstam, vertakking van de boom begint op 2.20 m

Halfstam, vertakking van de boom begint op 1.50 m

Hoogstam 8/10, cijfers drukken de omtrek aan op 1 m hoogte uitgedrukt in centimeter

*Ons matensysteem in detail:

PSEUDOTSUGA MENZIESII

Douglasspar

De pseudotsuga menziesii of Douglasspar is een boom uit de dennenfamilie (Pinaceae). De boom komt van nature voor in het westen van Noord-Amerika. In Europa wordt de soort veel aangeplant vanwege het hout. Ondanks de naam 'spar' is er weinig verwantschap met de echte sparren (Picea). De douglasspar is vooral aan de kegels te onderscheiden.  De kroon is piramidevormig. Bij oudere bomen is de kroon meer afgeplat. De schors is donkergrijs. Bij jonge bomen zitten er harsblaren op de schors. Later wordt de kleur roodbruin of purperkleurig en kurkachtig. Er komen dan diepe groeven en richels in te zitten. De takken zijn bleek of geelachtig groen en zijn met fijne haartjes bedekt. De knoppen zijn bleekbruin en spoelvormig. Ze worden tot 7 mm lang en zijn niet harsachtig. De Douglasspar heeft buigzame, aromatische naalden van 2-3 cm lang. Aan de onderzijde zitten twee witte strepen. Ze staan apart en laten na afvallen een glad, eirond litteken achter aan de tak. De karakteristieke kegels zijn dofbruin en rolrond. Ze zijn 5-8 cm lang en circa 2,5 cm breed. Elke dekschub heeft drie tanden die naar buiten en in de richting van de top wijzen.

Kleur blad
Standplaats
Specifieke kenmerken
Hoogte volgroeide plant